RSS

Links-sociaal of rechts-sociaal

Traditioneel heten linkse partijen sociaal te zijn, terwijl rechtse partijen dat niet zijn. Ook tijdens de laatste Tweede Kamer-verkiezingen poneerden de PvdA, Groen Links en SP voortdurend dat het kabinet-Balkenende III niet sociaal was. In vervolg hierop wordt nu regelmatig de vergelijking tussen het vorige en het

Mensen die steunen op de samenleving of mensen die de samenleving steunen

          huidige kabinet gemaakt met hierbij de kanttekening dat het allemaal een stuk socialer is geworden. En het verschil zit dan met name in de inbreng van de VVD. Maar is het uitgangspunt dat linkse partijen sociaal zijn en de VVD niet wel juist?

In Nederland leven ongeveer 16 miljoen mensen. Al deze mensen hebben andere achtergronden, ervaringen, talenten en karakters. Een sociaal beleid – een beleid dat mensen centraal stelt – zou dus

ook net zo veel gezichten moeten hebben als het aantal mensen waarvoor ze zich inspant. En dat is bij het sociale beleid van socialistische partijen niet het geval.

Het sociale beleid van socialistische partijen laat zich kenmerken door een aantal steeds terugkerende kenmerken. In de eerste plaats is het gericht op mensen, die steunen op de samenleving. Het zij voor een uitkering, het zij voor een verblijfsstatus, het zij voor het behoud van een werkgelegenheidssituatie. Ze streven er niet naar om hun positie te verbeteren op basis van hun eigen kracht, maar vragen anderen om te helpen hun positie in stand te houden. Niet omdat hun positie zo geweldig is, maar omdat ze bang zijn voor mogelijk gevolgen van veranderingen. Hierdoor ontstaat een risicomijdend en daardoor conservatief klimaat.

In samenhang hiermee is het kenmerkend dat een links-sociaal beleid – zoals ik het zou willen noemen – uitgaat van een korte termijn-beleid. Ontkennend dat de wereld om ons heen in een enorm tempo aan het veranderen is worden bestaande situaties zo veel mogelijk bevroren. Dat er hierdoor een breukmoment kan komen waardoor de veranderingen steeds minder beheersbaar worden wordt amechtig weggedrukt. Het spreekt voor zich dat het te laat ingrijpen alleen maar als a-sociaal kan worden getypeerd, omdat het dat – in ieder geval op de korte termijn – ook inderdaad is. Het ziektekostenstelsel – dat 30 jaar heeft lopen wrikken en nu in één kabinetsperiode volledig op de kop is gegaan – is hier een goed voorbeeld van.

In de derde plaats is het gericht op mensen, die een appel doen op medelijden c.q. medeleven van anderen. Gebrek aan geld of gebrek aan kansen dan wel het risico dat dit gebrek (b.v. door het versoepelen van het ontslagrecht) zich in redelijkheid kan gaan voordoen; er kunnen voor de PvdA niet voldoende zielige mensen zijn. Het etaleren van deze belangen heeft echter ook als resultaat dat de mensen waar het over gaat zich ook meer op hun eigen situatie gaan richten. Dit leidt tot egoïsme in plaats van sociaal gedrag bij die mensen, waar het in een sociale samenleving nou juist om gaat. Het lijdend voorwerp in een sociale samenleving dat zelf niet sociaal is – hoe tegenstrijdiger kunnen we het krijgen. Toch zien we het overal om ons heen.

Tenslotte is de aandacht volledig gericht op groepen mensen. Hierdoor krijgen de mensen waar het over gaat geen gezicht. De vier belangrijkste kenmerken van links-sociaal beleid kenmerken zich dus door een volstrekt gebrek aan sociaal gevoel. Er is namelijk geen plaats voor oplossingen, er is sprake van conservatisme, egoïsme, korte termijn-politiek (en dus struisvogelpolitiek) en wie met zijn hoofd boven het maaiveld uitsteekt wordt gekortwiekt. Deze vorm van sociaal beleid richt zich niet op de gehele samenleving. Integendeel zelfs. Ik dat het betrekking heeft op hooguit 20% van de burgers in Nederland. In de huidige situatie.

Er is ook een vorm van rechts-sociaal beleid. Het laat zich raden dat deze vorm van sociaal beleid met name gericht is op mensen, die ondersteunend zijn voor de samenleving, zich kunnen redden zonder bijzondere hulp van anderen en zich richt op de individuele burger.
Deze vorm van sociaal beleid is redelijk onzichtbaar, omdat het uitgaat van de kracht van de burger zelf. Daar staat tegenover dat er zonder meer sprake is van risico’s voor hen, die op eigen kracht niet mee kunnen komen in de rat-race, die ons huidige samenleving is.
Daarbij moeten we ook onder ogen durven zien dat ook succesvolle burgers zelf het idee hebben dat ze moeten hollen om niet in de afgrond te vallen. En richting kiezen in een steeds veranderende wereld is bepaald niet makkelijk.

Juist in het kabinet-Balkenende III heeft de VVD laten zien niet alleen te letten op de sterke kanten van een rechts-sociaal beleid, maar wel degelijk oog te hebben voor de zwakke kanten er van. Het bekendste voorbeeld hiervan is de Wet Werk en Bijstand; nota bene ingevoerd op het dieptepunt van de economische crisis. Desondanks zijn vele bijstandgerechtigden zonder toekomstperspectief door deze wet weer aan werk en dus ook aan een toekomstperspectief geholpen. Ook is door het economische beleid (dat bij de start door heel links Nederland werd verketterd) de welvaart voor iedereen gestegen. Dat de voordelen voor iedereen gelden blijkt uit het feit dat Nederland koploper is in het terugdringen van de armoede.

Het sociale beleid van de VVD kon in het vorige kabinet niet worden afgerond. Een actueel onderwerp – de aanpassing van het ontslagrecht – is blijven liggen. Juist hier komen de oude begrippen ‘links’ en ‘rechts’ weer geheel tot leven.

De PvdA kiest in deze discussie frontaal voor een puur conservatief beleid. Alle rechten dienen behouden te blijven; of het nou gaat om het recht op bestaand werk of het recht op een bestaande uitkering. Anderen – dan wel de werkgever dan wel de maatschappij – krijgen een inspanningsverplichting richting deze groepen zonder dat hier een omgekeerde inspanningsverplichting tegenover staat. Het is ons ten enen malen onduidelijk wat er sociaal is aan dit éénrichtingsverkeer in de samenleving.

De VVD kiest frontaal voor een progressief beleid. De bestaande kaders moeten worden geslecht en het sociale gebouw moet opnieuw worden opgetrokken. Anders dan voorheen kiest de VVD hier niet voor een sociaal beleid met te grote risico’s voor de zwakkeren in dit geheel.
Er wordt gekozen voor een beleid waarin ook ondersteuning (m.n. in de vorm van opleiding ter behoud van werk of ondersteuning richting nieuw werk) wordt gegarandeerd voor zij die ontslagen gaan worden. Tegelijkertijd wordt ook een beroep gedaan op de eigen verantwoordelijkheid. Een samenleving vraagt immers inspanningen van beide partners. In dit geval is deze gezamenlijke inspanning nodig om de zwaksten zonder toekomstperspectief mee te laten doen. En niet via een Aboutaleb-baan, maar via een echte baan.

Een ander voorbeeld waar de verschillen tussen links- en rechts-sociaal beleid helder in beeld zijn is de integratie. Daar waar de socialisten in een absolute identiteitscrisis zijn beland, omdat de individualisering tot in de meeste poriën van de samenleving is doorgedrongen is het groepsdenken nergens zo hecht als in allochtone bevolkingsgroepen in onze samenleving. Een samenleving waarin de mensen elkaar amechtig in een ijzeren greep houden om maar niet verkeerd over te komen; en juist daardoor tot grote schande vervallen.
Terwijl er juist volop kwaliteiten zijn waar trots aan ontleent kan worden. De VVD zou zich moeten inzetten om deze groep mensen te helpen hun trots te hervinden. Dat is ook onderdeel van een veranderd inzicht in een steeds veranderende wereld.

Samen een inspanning verrichten om de zwaksten onder ons echt te helpen. Dat noem ik een oprecht sociaal beleid. De VVD heeft een voorzichtig begin gemaakt tijdens het kabinet-Balkenende III, maar er mogen nog wel een paar stappen extra worden gemaakt. In bewustwording én in uitvoering.

Peter Lamberts

oorspronkelijk gepubliceerd op www.hetsocialegezichtvandevvd.nl


Jouw reactie




Get Adobe Flash playerPlugin by wpburn.com wordpress themes